Beheereisen
- Er worden op een onderlinge afstand van ten minste 5 tot 10 meter en uiterlijk op 1 mei, 5 tot 10 vlotjes in de sloot uitgelegd.
- De deelnemer houdt bij op hoeveel vlotjes gebroed wordt en hoeveel jongen er uit komen, bijvoorbeeld op de stalkaart of digitaal via de boerenlandvogelmonitor.nl.
- De vlotjes worden aangekleed volgens instructies geleverd door het collectief.
- Aan weerskanten van de sloot met vlotjes, liggen botanische weideranden van minimaal 2 meter breed en elk ten minste 250 m lang. Bij een scheisloot is er één rand van 500 m lang en 2 m breed.
- Bemesting van de rand is jaarrond niet toegestaan.
- De rand wordt tussen 1 april en 1 juli niet gemaaid, gerold, gesleept of beweid en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is in die periode niet toegestaan.
- Zolang er nog zwarte sterns gebruik maken van de vlotjes mag de rand na 1 juli niet worden gemaaid of beweid.
- Als het aangrenzende perceel wordt beweid, moet er een veewerend raster worden geplaatst.
- Als er op 15 juni geen nesten en/of kuikens meer op de vlotjes zitten, mag (na overleg met de gebiedscoördinator) de rand worden beweid.
- Gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de rand is slechts toegestaan voor pleksgewijze bestrijding van haarden van akkerdistel, ridderzuring, jacobskruiskruid en brandnetel.
- De beheereenheid mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid.
De vlotjes worden, voor zover zij niet langer door de zwarte stern gebruikt worden, uiterlijk op 1 september uit het water gehaald, schoongemaakt, gedroogd en opgeslagen.