Onderdeel van BoerenNatuur

13 Botanische graslanden

Botanische graslanden zijn belangrijk vanwege hun botanische waarde en vanwege hun belang voor fauna. Botanisch grasland kan een belangrijke bijdrage leveren aan de leefomgeving van vogels, insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. Het gaat vaak om typisch ‘ouderwets’ grasland met een wat pollige structuur en verspreid voorkomende kruiden. Door percelen die beweid zijn niet te bloten, blijven de ‘eilandjes’ met langer gras behouden. Ook deze leveren een biodiversiteitswaarde. De aanwezige kruiden zijn een voedselbron voor dieren; de aanwezige nectar trekt insecten aan die op hun beurt voedsel zijn voor diverse boerenlandvogels.

13c Botanische grasland randen

Botanische randen zijn belangrijk voor de biodiversiteit rondom de sloten. In de overgang van land naar water leven de meeste dieren. Daarbij is de vegetatie op de oevers divers aan kruiden en insecten. Het beheer is daarbij toegespitst op afwisseling en het gebruik door specifieke doelsoorten, bijvoorbeeld libellen of weidevogels.

 

Pakketten en maaibeurten

13c2 Botanisch waardevolle weiderand: hele rand 1e snede laten staan.
13c3 Botanisch waardevolle weiderand: 1e meter langs sloot niet maaien bij 1e snede, 2e meter mag wel bij eerste snede worden meegemaaid.
13c4 Botanisch waardevolle weiderand t.b.v libelles: rand 1e snede meemaaien, dan rust tot 15 september.

 

Beheereisen

  • De rand is twee meter breed.
  • Randen liggen aan de buitenkant van het perceel, aan de sloot.
  • De rand wordt niet bemest.
  • Minimaal vier verschillende indicatorsoorten zijn in een meetvak
  • In de rand wordt geen bagger of slootvuil opgebracht.
  • Het gewas wordt jaarlijks afgeweid of minimaal één keer gemaaid en afgevoerd. Klepelen is niet toegestaan.
  • 13c3: Bij het maaien van de 1e snede:
  • blijft de 1e meter vanuit de insteek altijd staan!
  • mag de 2e meter worden (mee)gemaaid, bij voorkeur wanneer er witbol of glanshaver in voorkomt
  • Bij het maaien van de 2e snede mag de hele rand worden meegemaaid. Maaien met een stoppel van 15 centimeter.
  • Beweiden van de rand is toegestaan, wel wordt uitrasteren gewaardeerd of kan gebruik van een mobiele drinkbak het uittrappen van de kant beperken.
  • Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max. 10% van de beheereenheid.
  • Het grasland wordt niet gescheurd en/of gefreesd.
  • ‘Libellerand’ (13c4): gehele rand met 1e snede meemaaien, 1e meter vanuit de insteek wel met stoppel van 15 cm. Na 1e snede de 1e meter van de rand niet maaien tussen 15 juni en 15 september. Deze rand ligt bij voorkeur langs een krabbenscheersloot.

 

Aanvullende informatie

  • Van randen die al schraal zijn, de 2e meter graag laten staan bij de 1e maaisnede!
  • Pakket 13c4 wordt overeengekomen met de gebiedscoördinator. Vooral van belang bij krabbenscheersloten.

 

 

 

13h Botanisch hooiland volvelds

Dit pakket wordt alleen gesubsidieerd in door de provincie aangewezen gebieden. Het streven is dat er zo’n 15 tot 20 verschillende soorten grassen en kruiden per 25 m2 aanwezig zijn.

 

Beheereisen

  • De beheereenheid wordt niet bemest en er wordt geen bagger opgebracht. In overleg met het collectief kan een onderhoudsbemesting met ruige mest of bekalking worden gegeven.
  • Geen gebruik van chemische onkruidbestrijding op minimaal 90 % van de oppervlakte.
  • Het gewas wordt jaarlijks minimaal één keer gemaaid en afgevoerd, niet klepelen.
  • Minimaal acht verschillende indicatorsoorten zijn in een meetvak aanwezig in de periode 1 april tot 1 oktober.
  • Het grasland mag niet worden gescheurd en/of gefreesd.
  • Geen beweiding van 1 oktober tot 1 maart.
  • Onkruidbestrijding: probleemonkruiden mogen alleen pleksgewijs (op maximaal 10% van het perceel of de rand) chemisch worden bestreden. Dit geldt voor haarden van akkerdistel, ridderzuring, brandnetel en jacobskruiskruid.