Onderdeel van BoerenNatuur

09 Poel

Poelen zijn voor amfibieën van levensbelang. Zij gebruiken poelen als voortplantingsplek. Daarnaast hebben diverse insecten en zoogdieren belang bij een goed aangelegde en onderhouden poel. Zij vinden er met name voedsel en een drinkplek. Openheid rondom (een deel van) de poel is van belang om een goed voortplantingsbiotoop voor amfibieën te behouden.

Pakketten en oppervlakten

9a kleine poel (kleiner dan 175 m2 ) 25% – 50% schonen

9b grote poel  (groter dan 175 m2  ) 25% – 50% schonen

 

Beheereisen

  • Minimaal de helft van de natte oppervlakte van de poel bestaat in de periode 15 maart tot 15 juni uit water zonder riet, lis of andere opgaande waterplanten. Voor behoud van voldoende open water wordt de poel periodiek opgeschoond.
  • Jaarlijks wordt in de periode van 1 september tot 15 oktober 25% tot 50% van het natte oppervlakte van de poel (waterplanten) geschoond.
    • Indien meer dan 50% van de poel bestaat uit water zonder enige vegetatie aan het oppervlakte, dan kan het schonen dat jaar achterwege gelaten worden.
    • Bij groot onderhoud wordt maximaal 75% van de poel geschoond, dit gebeurt in overleg met de gebiedscoördinator.
  • Jaarlijks wordt in de periode van 1 september tot 15 oktober 2/3 van de droge oever gemaaid.
  • Snoeiafval en maaisel blijft minimaal 2 tot maximaal 5 dagen op de oever liggen om fauna de kans te geven terug te keren naar de poel. Opgaand hout dient verwijderd te worden uit de poel.
  • Bagger mag niet verwerkt worden in en rond (<2m) de poel.
  • Bij het gebruik als vee-drinkplaats is de poel minimaal over 75% van de oeverlengte uitgerasterd op zo’n wijze dat vee enkel met de voorpoten bij het water kan komen om te drinken. Hiermee wordt overmatige vertrapping van de oever en bemesting door ontlasting in het water voorkomen
  • Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen/chemische onkruidbestrijding en meststoffen in de poel en een straal van 2m hieromheen gebruikt worden
  • Er mogen geen vissen of andere dieren worden uitgezet of gekweekt
  • De poel mag niet in open verbinding staan met sloten of weteringen
  • Aanwezigheid van bomen en struiken op de oever is alleen toegestaan op de noordelijke oever, voor maximaal een derde van de totale oeverlengte. Eventuele begroeiing op minimaal 2 meter van de poel
  • Het noordelijke talud van de poel heeft voor minimaal 1/3 deel een talud van 1:5 of flauwer
  • Machines dienen buiten het water en de natte oeverzone te blijven en dienen bij gebruik schoon te zijn om insleep van invasieve exoten (m.n. watercrassula) en ziekten te voorkomen

 

Aanvullende informatie

  • Werkzaamheden worden na afloop binnen 7 dagen bij het collectief gemeld, via mijnboerennatuur.nl
  • Een incidentele droogval is toegestaan in de periode 15 juni tot 15 november.