Net buiten Lopik aan de Lek ligt De Bol, een voormalig eiland in de rivier. In de 19e eeuw werd een strekdam aangelegd, waardoor de nevengeul van de Lek, de Binnenlek, werd afgedamd. Sindsdien is het voormalige riviereiland verbonden met het vasteland. Tegenwoordig maakt De Bol deel uit van de Willige Langerakse Waard en is het uitgeroepen tot aardkundig monument, vanwege de interessante aardkundige fenomenen die op dit voormalige eiland te zien zijn: van rivierduinen en een getijdenkreek tot steilrandjes. Dankzij de beschermde status van dit unieke stukje natuur is het een veilige plek voor allerlei dieren en vogels.

Unieke natuur op De Bol
Geen dotterbloemen meer
Maar de natuur hier werd al veel langer beheerd. Voordat Staatsbosbeheer het beheer over De Bol overnam in de jaren ’90 van de vorige eeuw, werd het eiland beheerd door melkveehouder Gerrit van Bezooijen, samen met zijn vrouw Annie Bikker. Zij woonden in een boerderij aan de dijk tegenover het eiland. Hier groeide Margriet van Schie op, samen met haar broer en zussen. Tot haar 25e jaar woonde ze daar aan de dijk, voordat ze naar Polsbroek verhuisde. “Ik herinner mij een heel ander eiland dan wat het nu is. Ik zie dat veel van de natuur die er toen was, nu is verdwenen. De Binnenlek stond vroeger bijvoorbeeld vol dotterbloemen; die zie ik niet meer.”
Gerrit van Bezooijen nam het beheer over De Bol in 1960 over, toen hij de boerderij aan de overkant van de Binnenlek aan de dijk huurde. In die tijd was het normaal om een boerderij te huren, vertelt Margriet. “Mijn vader had door de oorlog geen ouders meer en woonde bij een oom in Meerkerk. Daar leerde hij mijn moeder kennen. In 1959 zijn ze getrouwd. Via via konden ze deze boerderij huren. De eigenaren bleven erbij wonen; ook dat was normaal in die tijd.”

Over een gammele brug naar het eiland
Hoe het eiland er in die tijd uitzag, is nu onder meer te zien in museum De Wielewaal, waar oude zwart-witfoto’s hangen van De Bol en ook van haar vader. De Bol werd begraasd door de 45 koeien die boer Gerrit had rondlopen. Het eiland vormde de helft van zijn land; de andere helft lag in de polder achter de boerderij op het vasteland. Het waren twee soorten land: de uiterwaarden lagen op zand, de polder op klei. “Via de strekdam brachten we de koeien daar, of haalden we ze weg”, herinnert Margriet zich. “Iedereen hielp dan. Met een bosje van vier koeien aan de hand brachten we ze de dam over.”
Om het eiland te bereiken lag er een gammele houten brug over de Binnenlek, het stuk water tussen De Bol en het vasteland. Bij vloed stond het water hoog en bij eb lag er een stuk slib waar je niet overheen kon lopen, omdat je erin wegzakte. Midden in dat slib bleef een geultje water. “Voordat de vloed opkwam moesten we het tussenstuk in de vorm van een losse plank van de brug eruit halen, zodat boten erdoorheen konden varen,” herinnert Margriet zich. “De melkemmers sjouwde mijn vader via de brug. Later kreeg hij een tractor met daarachter een karretje met de melkmachine.”
De Bol was ook een plek voor plezier. “In hete droge zomers gingen wij als kinderen de hele dag zwemmen vanaf de strandjes in de Lek, en ook in de Binnenlek, waar we moddergevechten hielden.” Ook lag er aan de Binnenlek een losplaats, waar boten konden aanmeren. In de zomer kwamen er vaak jachten uit Schoonhoven. “Die mensen kwamen bij ons melk kopen en een praatje maken. Mijn vader raakte met veel van hen bevriend.”

Natuurbeheer hoort bij het bedrijf
Net als de andere boeren in de omgeving leefde Gerrit van Bezooijen met de natuur. In zijn geval was ook de invloed van de rivier groot. Margriet vertelt: “Hij kende de Lek door en door en wist precies wanneer het vloed zou worden. Dat moest ook wel, want hij bracht twee keer per dag tijd door met de koeien op De Bol. Eb en vloed waren natuurlijk elke dag anders. Factoren als harde wind of veel smeltwater speelden ook mee. Als het water bij Lobith hoog was, dan wist hij dat dit over drie dagen bij ons zou zijn.”
Haar vader gebruikte het eiland om zijn brood te verdienen, om zijn koeien te laten lopen en grazen, maar hij zorgde goed voor het eiland, gaat ze verder. “Zo ruimde hij alles op wat de rivier met zich meebracht: van flessen en plastic tot hout. Hij snoeide het riet en zette stukken van het eiland af met omheiningen om daar het gras en andere natuur terug te laten groeien. Een paar keer per jaar werd het eiland overspoeld door de rivier, en dat bracht onkruid met zich mee dat dan weer opkwam. Dat moest worden bijgehouden. Een voordeel van het opkomende water was dat er nauwelijks mollen waren.”
Als de koeien eind april weer naar buiten mochten, ging hij altijd eerst even kijken op het eiland. Wat voor winter is het geweest? Hoe hoog staat het water? “Van natuurbeheer hadden we nog nooit gehoord,” vertelt Margriet. “Je deed het gewoon. We beheerden de natuur, want die natuur hadden we nodig voor ons bedrijf. Je hield nu eenmaal rekening met de natuur; dat deden mensen toen altijd. Mensen hier in de omgeving plantten bijvoorbeeld veel bomen rond hun boerderij, zoals wilgen, omdat je het hout nodig had. Alles werd ervan gebruikt. Er was genoeg natuur hier in de omgeving, omdat de boeren dat beheerden. Grutto’s waren er gewoon, die hoorden bij het land. Niemand vroeg zich af of het wel goed met ze ging. Ganzen en zwanen foerageerden op het vers gemaaide gras. Ik kan me herinneren dat er overal hazen en fazanten liepen op het eiland.”

De tijden zijn veranderd
Toen Staatsbosbeheer het beheer overnam, kon de vader van Margriet zijn koeien er nog een tijdje laten rondlopen, maar de natuureisen werden steeds strenger, bijvoorbeeld rond het gebruik van kunstmest of het bestrijden van onkruid. Margriet werkt samen met haar man Harry als melkveehouder met 90 koeien op 45 hectare grond. Van het overgrote deel van de melk maken ze zelf kaas op hun boerderij, die ze verkopen in hun Landwinkel De Noordzijde in Polsbroek en via de groothandel. Ze zijn deelnemer van het Collectief Lopikerwaard omdat ze vinden dat boeren meer vertegenwoordigd moeten worden bij natuurbeheer.
Zelf hebben ze verschillende ANLb-pakketten op hun land, zoals uitgesteld maaien, plasdrassen en slootkantbeheer. “We hebben op ons land vooral veel kieviten in het voorjaar. We hadden op een gegeven moment ook maisland; daar vond je veel nesten van kieviten. Juist een mozaïek van land, bijvoorbeeld grasland, maisland en voorweides, werkt goed. In het voorjaar zie je dan veel nesten, voedsel en broedplaatsen.”

De Bol bij hoog water
Maar het moet allemaal wel werkbaar zijn, stelt ze. “Ik geloof dat boeren en natuur goed naast elkaar kunnen bestaan. Soms denk ik wel eens dat we te veel willen met natuurbeheer. De boeren hier hebben altijd hun manier van leven gehad; dat hebben ze altijd gedaan met de natuur. Als kind had ik dat niet in de gaten, maar dat besef ik nu.”