Onderdeel van BoerenNatuur
Balans op de boerderij met de kennis van vroeger

29 september 2026

In de Maatschap Van Dijk-Van Vliet probeert boer Piet van Dijk oude kennis met nieuwe inzichten te combineren in de melkveehouderij en het agrarisch natuurbeheer. Het draait allemaal om de juiste balans. ‘Je kijkt naar de bodem, het gras, het voer, de mest en uiteindelijk ook naar de natuur.’

De boerderij van Van Dijk, aan de Benschopperwetering in Polsbroek, heeft net als de Lopikerwaard flink wat veranderingen doorgemaakt in de afgelopen decennia. Al van jongs af aan is de 58-jarige Van Dijk hier betrokken. Nu deelt hij het bedrijf met de volgende generatie: zijn 28-jarige dochter Hanneke en schoonzoon Rens (31). Op 35 hectare land hebben ze 90 koeien en ongeveer 35 stuks jongvee rondlopen. Zo’n 9 hectare daarvan is bestemd voor agrarisch natuurbeheer.

De oude Lopikerwaard

De boerderij kwam voor de Tweede Wereldoorlog in de familie, toen een oom en tante er een boerenbedrijf begonnen met zeven koeien, jongvee, varkens, kippen en geiten. In die tijd kende je twee soorten boeren in de Lopikerwaard, vertelt Piet. “Je had herenboeren die meer dan 25 koeien hadden en personeel in dienst hadden, en kleinere boeren, zoals onze familie.”

Toen zijn oom ziek werd, nam de vader van Piet het bedrijf in 1962 over, op 23-jarige leeftijd. Een jaar later trouwde hij met de moeder van Piet. In die tijd was het werk op de boerderij veel fysieker, omdat bijna alles nog met de hand gebeurde.

“Mijn ouders hadden wel al een kleine trekker. Maar voordat de mechanisatie in de landbouw op gang kwam, deed men hier in de Lopikerwaard nog heel veel met paard en wagen. Ook werd er veel gebruikgemaakt van schouwen, een type boot, om via de vele sloten bij de weilanden te komen om te melken en mest mee te nemen.”

De waterwegen en sloten van de Lopikerwaard speelden dan ook een belangrijke rol in de landbouw in de polder. Alle sloten stonden met elkaar in verbinding en bruggen moesten bevaarbaar zijn. Grotere vaarten, zoals de Benschopperwetering in Polsbroekerdam, zorgden voor de handel en de aanvoer van grondstoffen uit steden als Gouda en Rotterdam. “Eigenlijk gebeurde tot ongeveer 1900 al het transport hier in de streek via het water. Vanuit Gouda kwamen grote schuiten via de Benschopperwetering het hele veenweidegebied in. Na de Tweede Wereldoorlog nam dat af.”

Toen Piets ouders eind jaren zestig de eerste melkinstallaties kregen, konden ze ook uitbreiden met het aantal koeien. Er kwamen stallen bij, zoals een aanbindstal met een automatisch uitmestsysteem waar je met de trekker doorheen kon rijden. Later kregen ze hun eerste melktank en konden ze de koeien aan de leiding melken.

Het was in die tijd dat Piet als kleine jongen al meehielp. Geboren in 1967 bracht hij als dreumes, nog in de luiers, al tijd door tussen de koeien in het achterhuis.

“Ik ben echt vanaf jongs af aan gestimuleerd om boer te worden. Ze hebben nooit geprobeerd me op andere ideeën te brengen. Wie weet was ik, als ik anders was gestimuleerd, verder gaan kijken? Maar ik vind het vak nog steeds erg leuk. Als boer moet je steeds blijven veranderen en nieuwe dingen onderzoeken.”

 

De oude kennis gebruiken in de bedrijfsvoering van nu

En dat is hard nodig, want er is momenteel natuurlijk veel verandering in de landbouw.

“Ik ben opgegroeid in een boerenlandschap waar alles draaide om zoveel mogelijk productie en intensivering, met gewasbescherming en allerlei bestrijdingsmiddelen”, vertelt Piet. “Toen dacht men dat het allemaal goed was, maar met de kennis van nu kijk je er toch anders tegenaan.”

Hij kijkt ter inspiratie terug naar de tijd van zijn opa en ouders. “Ze moesten het toen doen met de middelen die ze hadden, en dat waren vooral natuurlijke middelen. Ze hadden veel kennis van bodem en gewassen. Er was nog geen kunstmest en er waren geen bestrijdingsmiddelen. Met die oude kennis konden ze toch tot productie komen.”

Piet vindt het jammer dat veel van die oude kennis verloren is gegaan. “Toen kunstmest en bestrijdingsmiddelen op de markt kwamen om de invloed van het weer en plaaginsecten te verminderen, zijn we die kennis niet meer gaan gebruiken en is die verloren gegaan. Daarom proberen wij in ons bedrijf met de kennis van nu én van vroeger de gewassen en dieren zo gezond mogelijk te houden. Neem eiwit in het rantsoen van koeien. Jarenlang was het advies om veel eiwit te voeren, zodat je minder risico liep op productieverlies. Maar te veel eiwit is helemaal niet gezond voor de koe én niet voor het klimaat. Alles wat te veel is, komt er uiteindelijk weer uit als stikstof.”

Maar melkveehouderij kent veel complexe factoren, gaat hij verder. “Het draait om het vinden van de juiste balans. Het zijn namelijk allemaal factoren die met elkaar samenhangen. Je kijkt naar de bodem, het gras, het voer, de mest en uiteindelijk ook naar de natuur.”

Agrarisch natuurbeheer

Naast melkveehouderij draait Maatschap Van Dijk-Van Vliet ook op agrarisch natuurbeheer. Zo’n 20 procent van het land wordt daarvoor gebruikt in ruil voor vergoedingen, zoals On the way to PlanetProof en het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).

Sinds vijf jaar doet het bedrijf mee aan het ANLb via het Collectief Lopikerwaard.

“Eigenlijk was agrarisch natuurbeheer altijd al een deel van ons werk”, herinnert Piet zich. “Toen ik jong was, hielden mijn ouders op de boerderij ook al rekening met de weidevogels en alles wat groeit en leeft op het land. Als er nesten werden gevonden, vonden ze een manier om eromheen te maaien. Ik kan me herinneren dat we kuikens op het land vonden. Die reden een stuk mee in de turbine van de trekker, waarna we ze weer vrijlieten.”

Elk voorjaar heeft Piet plasdrasgebieden op zijn land en met botanisch slootkantbeheer laat hij de eerste begroeiing langs de sloten staan. “Dat is goed voor insecten zoals libellen. Bloeiende planten leveren nectar en vormen voedsel voor allerlei soorten.”

Ook voert hij uitgesteld maaibeheer uit tot 15 juni. Goede vergoedingen vanuit het ANLb zijn echt noodzakelijk om de pakketten goed uit te kunnen voeren, stelt hij. “Wat mensen bijvoorbeeld vaak niet weten bij uitgesteld maaibeheer, is dat het gras dat je uiteindelijk maait net als stro is. Het heeft nauwelijks nog voedingswaarde, bestaat vooral uit stengels en is eigenlijk alleen nog geschikt als structuurvoer of strooisel.”

De ANLb-maatregelen hebben in ieder geval zin. “Op de telkaarten zien we duidelijk dat ze effect hebben. Als je een mozaïek maakt van verschillende soorten beheer, ontstaat er voor vogels altijd wel een geschikte plek om voedsel te vinden of dekking te zoeken.”

Volgens Van Dijk is dat belangrijker dan ooit. “Vroeger zag je overal in de Lopikerwaard grutto’s, kieviten en wilde eenden. Er was veel meer ruimte voor ze. Boeren maaiden op verschillende momenten, simpelweg omdat de machines kleiner waren. Daardoor ontstond vanzelf een mozaïeklandschap.”

Nu wordt er veel gemaaid in korte tijd, ziet hij. “Rond natuurbeheergebieden is de rest van de omgeving vaak veel te kaal geworden. Er is weinig beschutting, je ziet geen vee en dus ook geen insecten. Een deel van de kuikens die nu uitkomt, wordt door predatoren weggeroofd. Waar kuikens uitkomen, zie je bijvoorbeeld dat buizerds hun nesten bouwen in de nabije omgeving.”

Naast natuurbeheer ziet Van Dijk andere uitdagingen in de landbouw door mechanisatie en klimaatverandering. “Zo krijgen giftige planten meer kansen. Bijna wekelijks halen we Jacobskruiskruid weg. Als dat in gemaaid gras terechtkomt, herkennen koeien het niet meer en kunnen ze er ernstig ziek van worden. In de tijd van mijn opa waren de oppervlaktes veel kleiner, waren er veel mensen om het werk te doen en werd alles handmatig verwijderd. Nu is dat anders: de oppervlaktes zijn veel groter. Dat levert uitdagingen op in de landbouw. Denk bijvoorbeeld aan de biologische landbouw, waar je geen bestrijdingsmiddelen mag gebruiken. Als je daar alles handmatig moet verwijderen, is dat een enorme opgave.”

Volgende generatie

Met het huidige aantal hectares en dieren, in combinatie met agrarisch natuurbeheer, kan de maatschap in principe goed draaien, stelt Piet.

Hij is blij dat zijn dochter en haar man zijn ingestapt en het bedrijf op termijn willen overnemen. “Zij zien hoe mooi het boerenleven is, maar ook hoe ingewikkeld het is om een gezond bedrijf te houden. Natuurlijk maken de nieuwe overheidsplannen de toekomst onzeker. We moeten extensiever worden. Dat is voor grote bedrijven natuurlijk veel makkelijker dan voor kleine boerenbedrijven. Zij hebben meer slagkracht.”

De jongere generatie wil volgens Piet best investeren in biodiversiteit. “Zeker jonge boeren willen meedoen aan natuurbeheer. Maar iedere maatregel betekent extra werk. De consument is nog niet bereid daar echt meer voor te betalen. Daarom moet natuurbeheer aantrekkelijk genoeg blijven, want er zijn echt uitdagingen om je bedrijf financieel gezond te houden. Je weet als boer eigenlijk niet wat je over vijf jaar kunt verwachten. Welke regels liggen er dan weer op tafel? Dat maakt ondernemen soms behoorlijk spannend. Desondanks blijf ik geloven dat landbouw en natuur heel goed samen kunnen gaan, als je maar de ruimte krijgt om het goed te doen.”

 

Meer weten over Maatschap Van Dijk-Van Vliet? Piets dochter Hanneke heeft een Instagram-account opgezet om de ontwikkelingen op de boerderij te delen: https://www.instagram.com/boerderijdijkvliet

Meer nieuws

23 september 2026
Hoe meld je uitgevoerd beheer via mijnBoerenNatuur.nl?
Meer lezen
2 juli 2026
Beheersgras als kans in de bedrijfsvoering en vervolgstappen
Meer lezen
11 juni 2026
Van praktijk naar beleid: uw inbreng is van groot belang.
Meer lezen
Leven met de koeien en de natuur op het boerenland
Meer lezen